Van Tachi tot katana

Er zijn diverse type Japanse zwaarden. De meest bekende is de dait? oftewel de katana. Echter kent het Japanse zwaard vele vormen, typen en namen:

Vanaf de periode Heian (ongeveer 800 n.Chr.) droegen krijgers Tachi. Deze zwaarden waren veelal versierd met diverse ornamenten en speciale uitsneden. De Tachi kenmerkte zich door een sterkere kromming (sori) welke  met het snijvlak naar onderen gedragen werd. Hooggeplaatste krijgers verplaatsten zich meestal te paard en moesten omlaag slaan om voetkrijgers  te raken. De sterke kromming zorgde er vervolgens voor dat het zwaard niet zou ‘hakken’ maar snijden, zodat het zwaard niet bleef vaststeken in een tegenstander wanneer gebruikt in volle draf.


Modern gesmede Tachi


De Uchigatana is de opvolger van de Tachi. Dit zwaard is zowel in vorm als gebruik de directe voorloper van de katana. Bij de Uchigatana loopt het gebied van de mono-uchi tot aan de kissaki iets spitser toe. Ook werd voor het eerst het snijvlak naar boven gedragen; wat een enorme invloed heeft gehad op de zwaardvechtkunst. Het dragen van het zwaard met het snijvlak naar boven heeft er voor gezorgd dat het trekken en de aanval als één beweging kon worden uitgevoerd. Dit is nog steeds één van de basisprincipes van de zwaardvechtkunsten Iaijutsu en batt?jutsu.

In de Muromachi periode (1400 n.Chr.) kwam de samurai-klasse in opkomst. Deze krijgers waren met name actief als directe beschermers van hooggeplaatste families en clans. In deze rol kwamen samurai vaker in snelle confrontaties en ontstond de behoefte aan een snel, flexibel en handelbaar zwaard. Het product hiervan is het roemruchtige zwaard van de samurai: de katana.