
Bij het tentoonstellen van een Japans zwaard zijn er bepaalde tradities en gebruiken. In het oude Japan kon de manier waarop een zwaard getoond werd zelfs een diepe belediging of oorlogsverklaring zijn.
Bijvoorbeeld word volgens traditie een zwaard nooit uit de schede getoond mits ten tijde van oorlogen. Tegenwoordig gebeurt dit wel vanuit decoratief oogpunt, echter zijn hier ook weer specifieke gebruiken voor. Hoewel er tegenwoordig waarschijnlijk weinig mensen (buiten Japan) echt beledigd zullen raken wanneer een zwaard foutief getoond wordt is het toch handig om de volgende zaken in acht te nemen.

Daishō kan vertaald worden als ‘klein en groot’ en wordt gebruikt bij een set van twee zwaarden. In de Nitō-ryu kendo stijl spreken we dan over de combinatie van een katana (daitō) en een shōtō (wakizashi). Echter wordt de term daishō tegenwoordig ook gebruikt en een set van drie (Tanto, Wakizashi en Katana) te beschrijven.
Er zijn verschillende meningen over hoe een daishō getoond dient te worden:
Volgens de principes van Kendō plaatst men de katana boven, omdat deze als eerste in de obi (riem) geplaatst wordt. Echter bij o.a. de vorm Toyama-ryū battōdō is dit proces omgedraaid en wordt de Wakizashi eerst in the obi geplaatst.
Aangezien de tradities tussen de diverse battōdō / battōjutsu scholen aardig wat verschillen lijkt hier geen goed of fout in te bestaan. Wel zijn alle scholen het er over eens: handvat naar links en snijvlak naar boven.
Uiteraard is iedereen vrij om te bepalen hoe zijn of haar zwaard komt te staan. Gelukkig zul je hier waarschijnlijk hoe dan ook weinig oorlogsverklaringen mee doen.